Duurzame bloemkool: Niet onderwerken van strorijke stalmest

Op percelen van bloemkooltelers Wim Reus en Pé Slagter in Noord-Holland wordt onderzocht wat de invloed is van het niet onderwerken van vaste mest op de bodemkwaliteit, opbrengst, productkwaliteit van de gewassen, uitspoeling naar oppervlakte water, onder- en bovengrondse biodiversiteit (microben, aaltjes, insecten en akkervogels). De resultaten van dit onderzoek moeten helpen bij het vaststellen of het wenselijk is de huidige regelgeving met betrekking tot het verplicht onderwerken van mest aan te passen, om zodoende een remmende factor voor het gebruik van vaste mest én voor het sluiten van kringlopen in de landbouw weg te nemen.

Video’s

Het project in het kort

Een kijkje op het veld: Bovengronds uitrijden van de mest trekt al weidevogels aan

Over het project

Gewassen hebben meststoffen nodig voor een goede groei. Veelgebruikte meststoffen zijn fosfaat en stikstof, die onder andere in kunstmest en dierlijke mest zitten. Onbenutte meststoffen komen in de bodem en in het water terecht. Dit kan het milieu belasten. Om die belasting zo veel mogelijk te beperken is er een mestbeleid, waarin gebruiksnormen zijn vastgesteld voor deze stoffen. Een van deze normen is dat mest direct onder moet worden gewerkt in de grond. Omdat vaste mest lastiger onder te werken is dan vloeibare mest(stof) is dit een remmende factor voor het gebruik van vaste mest, terwijl het gebruik van regionaal beschikbare vaste mest juist wel past binnen de ambitie om natuurinclusief te werken en kringlopen in de landbouw te sluiten. Wat gebeurt er met de bodem, het water, de biodiversiteit en de gewassen die je teelt wanneer je vaste mest gebruikt en niet onderwerkt? Is onderwerken wel gunstiger dan bovengronds uitrijden in het geval van gebruik van vaste mest? Dat wordt in dit project onderzocht in de praktijk.

Wim Reus:Ik denk dat we veel kennis opdoen waarmee we het huidige mestbeleid kunnen veranderen ten gunste van de biodiversiteit. Aangezien we als agrariërs in en met de natuur werken en leven en dat in de toekomst moeten blijven doen, is het belangrijk dat we de natuurlijke processen niet verstoren.

In de periode 2020-2023 worden diverse metingen gedaan op de percelen van Wim Reus en Pé Slagter. Die op een deel van hun percelen in dit onderzoek strorijke stalmest niet onderwerken en op een ander deel wel. De volgende vier vragen zullen in de loop van de jaren beantwoord worden:

  1. Wat is het effect van bovengronds aanwenden van dierlijke vaste mest op de fysische, chemische en biologische bodemeigenschappen?
  2. Wat is het effect van bovengronds aanwenden van dierlijke vaste mest op uitspoeling naar oppervlaktewater?
  3. Wat is het effect van bovengronds aanwenden van dierlijke vaste mest op bovengrondse biodiversiteit (insecten en weidevogels)?
  4. Wat is het effect van bovengronds aanwenden van dierlijke vaste mest op de opbrengst, productkwaliteit, en voedingswaarden van de gewassen?
Pé Slagter: “Ik sta zeer achter dit project. Ik ben ervan overtuigd dat het niet inwerken van de mest een zeer positief effect zal hebben op de weidevogels. Bovendien ben ik teleurgesteld in de huidige wetgeving en de handhaving ervan. Werknemers zijn bij ons op het perceel een keer begonnen met uitrijden van geitenmest en ik kwam een uur nadat ze gestart waren aan. Volgens de huidige wetgeving zijn we verplicht om de mest direct in te werken en was ik dus in overtreding. Ik kreeg een boete van 1000 euro en we werden gekort op onze GLB subsidie. In totaal heeft het me toen een bedrag van 10.000 euro gekost.”

Hoe het is ontstaan

Bloemkoolteler Wim Reus liep er tegenaan dat hij binnen de huidige mestwetgeving zijn organische stofgehalte niet op peil kon houden. Terwijl behoud van organische stof voor de teler van essentieel belang is om op lange termijn kwalitatief hoogwaardige bloemkolen te blijven produceren. Daarom droeg hij in 2019 zijn casus aan bij de Hackathon Natuurinclusieve Landbouw: Boer en Business in Balans; Natuurlijk doen we het samen! Die door Provincie Noord-Holland werd georganiseerd.

Het doel van deze driedaagse Hackathon was om in teams van experts, studenten, wetenschappers, techneuten etc. samen praktische, innovatieve en natuurinclusieve oplossingen te vinden voor problemen van agrariërs. In totaal is er gewerkt met 8 boeren, 8 cases en 8 hackteams. Het hackteam van bloemkoolteler Wim heeft nachtenlang gerekend aan cijfermatige modellen en stelde voor om op het bedrijf van Wim een living lab te realiseren. Daar kan bewijs verzameld worden voor een beter bodembeheer gekoppeld aan de verwerking van vaste mest op het bedrijf. Zelfs RVO was enthousiast over deze uitwerking.

Na de Hackathon heeft Wim het plan verder uitgewerkt in samenwerking met RVO, InHolland, de vereniging van broccoli- en bloemkooltelers en provincie Noord-Holland. Op 11 oktober 2019 is het plan met het ministerie van LNV besproken. De vraag aan het ministerie was om vrijstelling te krijgen voor het uitrijden van vaste mest bovengronds, om via onderzoek aan te kunnen tonen dat het bovengronds aanwenden van vaste mest een positieve bijdrage levert aan de bodemstructuur, bodemvruchtbaarheid en de voedingsstoffen in de bloemkool. Het ministerie heeft het onderzoek van Wim als deelproject benoemd bij het landelijke programma Bodem. Daardoor werd het mogelijk om de vrijstelling te krijgen, maar Wim moet wel binnen de fosfaatnormering blijven. Bloemkoolteler Pé Slagter heeft zich ook aangesloten bij het project en een deel van zijn percelen beschikbaar gesteld voor het onderzoek.

Documenten

Plan van aanpak

Het plan van aanpak is gemaakt in opdracht van de Provincie Noord‐Holland in samenwerking met Van Hall Larenstein, Ecolana en Agroagenda en Amsterdam Green Campus. Onderzoekers Elly Morriën en Erik Cammeraat van het Instituut Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica van de Universiteit van Amsterdam leiden het onderzoek. Allerlei studenten van MBO, HBO en WO kunnen aansluiten bij het onderzoek via het Sustaina Student Lab van Amsterdam Green Campus.

Rapportage 2020

In 2020 is begonnen met het onderzoeken van de bodem op de proefvelden om te weten wat de uitgangspositie was voordat de behandeling ‘niet onderwerken van strorijke stalmest’ werd toegepast; de zogenaamde nulmeting. Deze meting is belangrijk om het effect van het niet onderwerken van stalrijke stromest op de bodem te kunnen bepalen. Alle metingen van de komende jaren (waarin het wél en niet onderwerken van de mest vergeleken wordt) worden vergeleken met de uitgangspositie. Naast nulmetingen zijn ook de eerste metingen met de behandeling ‘niet onderwerken van strorijke stalmest’ gedaan. In de rapportage vind je ook de volledige beschrijving van de methode die is toegepast.

Rapportage 2021

In de rapportage 2021 worden alle resultaten van de nulmetingen (maart 2020) en de eerste metingen (gedaan tussen augustus en november 2020) gegeven. De tweede metingen, die gedaan zijn in 2021 zijn inmiddels afgerond, maar moeten nog geanalyseerd worden in het lab. Deze metingen zullen in de volgende rapportage meegenomen worden.

Resultaten eerste onderzoek smaak en inhoudsstoffen

Om erachter te komen welke vorm van bemesting de meeste positieve effecten heeft op de kwaliteit van de bloemkolen, kijkend naar de inhoudsstoffen en sensorische eigenschappen zoals kleur, geur en structuur, hebben drie studenten van Hogeschool Inholland onder leiding van Amsterdam Green Campus een onderzoek uitgevoerd. De vraagstelling luidde: heeft het niet onderwerken van mest[1] invloed op de inhoudsstoffen en sensorische eigenschappen van bloemkool? En zo ja, is dit dan een negatieve of een positieve invloed?

Deel dit artikel met anderen!

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
E-mail